Paragraaf 2 Verdiepingsstof: geschiedenis van het humanisme

a. Lees de volgende tekst.

Erasmus
Desiderius Erasmus werd geboren in 1466 in Rotterdam. Hij had negen broers en hij was de op een na jongste. Hij was een ‘onwettig kind’: kind van zijn vader en van de huishoudster in het gezin. Erasmus was katholiek, studeerde theologie in Parijs en werd tot priester gewijd. Al tijdens zijn leven werd Erasmus als een heel wijze man gezien in heel Europa.
In de tijd waarin Erasmus van Rotterdam leefde (1466-1536), was de kerk heel machtig. Zij hield de mensen nauwkeurig voor wat ze wel en niet moesten denken. Erasmus deelde de kritiek van Luther op de katholieke kerk: vooral op het punt van de praal en pracht van de kerk en misstanden zoals de aflaathandel. Maar op één belangrijk punt dacht hij anders dan Luther en dat was de vrije wil van de mens. Erasmus benadrukte dat de mens vrij was, een eigen wil had en zelfstandig was. Volgens hem kan de mens zelfstandig kiezen en moet hij dat ook doen. Volgens Erasmus kan iets pas waar zijn als het met verstandige argumenten te verdedigen is. Iets is niet waar omdat de kerk of de overheid het zegt. Voor Eramus waren waarden als vrijheid en rationaliteit heel belangrijk.
Daarnaast droeg Erasmus nog een ander humanistisch ideaal uit: verdraagzaamheid. Erasmus leefde in een woelige tijd vol oorlogen en wrede kettervervolgingen. Hij protesteerde keer op keer tegen deze vormen van onverdraagzaamheid. Voor Erasmus mocht een meningsverschil geen reden zijn voor een fysieke (militaire) strijd tegen andersdenkenden. Helaas was hij vaak een roepende in de woestijn want oorlog en bloedvergieten bleven schering en inslag in zijn tijd. Tot zijn spijt lieten de kerk en de gelovigen zich niet hierbij niet onbetuigd.
Erasmus is een goed voorbeeld van een christelijk humanist: een denker die zich aangesproken voelde door humanistische én christelijke denkbeelden. Hij is ook nu nog zeer bekend als auteur van Lof der Zotheid, een geschrift waarin hij op humorvolle (en soms ook satirische) wijze allerlei misstanden uit zijn tijd aan de kaak stelt, maar ook aangeeft wat het christendom voor de mens zou moeten betekenen.

b. Erasmus is een goed voorbeeld van een christelijk humanist. Welke waarden stonden centraal in zijn opvattingen?
c. In Nederland zijn veel organisaties genoemd naar Erasmus. Noem drie voorbeelden.

Schrijf de juist antwoorden in je werkboek bij opdracht Z3.